Overslaan en naar de inhoud gaan

De portreticonografie van een verzamelaar

Portretten van
Nederlandse verzamelaars
tussen 1580 en 1800
Rembrandt van Rijn. Portret van Abraham Francen. 1655–1659. Ets, droge naald en burijn. 15,8 × 20,8 cm. Amsterdam: Rijksmuseum Amsterdam. Inv. nr. RP-P-OB-535
1

Introductie

Jan Govertz van der Aer liet in 1603 een verzamelaarsportret van zichzelf maken door Hendrick Goltzius. Op dit portret is deze schelpenverzamelaar uit Haarlem zittend afgebeeld en kijkt hij de beschouwer aan. In zijn linkerhand houdt hij een kostbare schelp, Turbo marmoratus, en op de tafel voor hem zijn meerdere schelpen uit zijn verzameling weergegeven. Dit portret roept vragen op als: waarom houdt hij juist deze schelp in zijn hand? Was dit zijn topstuk? Waarom koos hij ervoor deze schelpenselectie op de tafel te laten zien? Hebben deze een speciale betekenis? Waarom laat hij zich überhaupt met objecten uit zijn collectie portretteren? Deze vragen bij dit portret zijn de aanleiding geweest voor de bachelorscriptie 'De portreticonografie van een verzamelaar. Portretten van Nederlandse verzamelaars tussen 1580 en 1800' door Francisca Vullers.

Deze website is enerzijds bedoeld als ondersteuning bij de verschillende hoofdstukken in de bachelorscriptie, om de iconografische kenmerken goed uit te kunnen lichten. Anderzijds is de online tentoonstelling over dit onderwerp bedoeld om meer kenbaarheid te geven aan dit vakgebied.

Het portret

Het Nederlandse woord portret is afgeleid van het Franse woord pourtrait. In het Middelnederlands ontstonden aan de hand hiervan de woorden portraiture en portraict waarmee men doelde op een geschilderde of getekende afbeelding van een individu die per definitie als gelijkend werd ervaren. Het portret functioneert als een herkenbare persoonlijke afbeelding van één of meerdere individuen.

por·tret (het, -ten); geschilderde, getekende of gefotografeerde afbeelding van een mens

Naast landschappen werd het genre portretschilderkunst het meest beoefend gedurende de zeventiende eeuw. Echter in de kunstbeschouwing van de zeventiende en achttiende eeuw werd dit laag aangeschreven. Historiën (schilderijen met uitbeeldingen van verhalen uit de bijbel, klassieke geschiedenis of mythologie) werd als belangrijkste genre beschouwd. Karel van Mander (1548–1606) noemde in zijn Schilder-Boeck uit 1604 de portretschilderkunst een 'sijd-wegh der Consten'. Volgens Van Mander beoefenden schilders dit alleen om aan inkomsten te komen. Later in de zeventiende eeuw kregen kunstenaars dan ook advies over hoe zij hun portretten tot leven konden brengen op het doek. Samuel van Hoogstraeten (1627–1678) schrijft in 1678: 'Daerom, O Schilderjeugt! Laet het u niet genoeg zijn, aen te zien; maer onderzoek, met een keurich en vlijtich oog, welke schoonheden of byzondere bevallijkheden, of wat weezentlijke mijnen gy daer in bevint te zijn, en volg dezelve met al uw krachten nae, zoo zal uw tronie leeven, en een aerdigen geest krijgen'. Dit advies staat in relatie tot de toenemende vraag naar portretten, deze zou anders ten koste gaan van de kwaliteit van de portretschilderkunst.

Het verzamelaarsportret als portrettype

Het verzamelaarsportret is een subgenre van de portretschilderkunst. Deze portretten zijn te herkennen middels de volgende definitie:

Het portret wordt beschouwd als een verzamelaarsportret wanneer de verzamelaar en zijn collectie of een deel van zijn collectie hierop zijn afgebeeld

Op basis van deze definitie is er een onderscheid binnen het subgenre verzamelaarsportretten te maken. Zo zijn er portretten waarop de verzamelaar niet direct als verzamelaar te herkennen is omdat hij bijvoorbeeld maar één enkel object vasthoudt. Hierdoor zou het ook een portret kunnen zijn dat de persoon met zijn beroep verbeeldt. Een voorbeeld hiervan is het portret van Bernardus Paludanus door Hendrick Gerritsz. Pot uit 1629. Want hij houdt in zijn hand slechts twee objecten die weliswaar tot zijn verzamelgebied behoren, maar waarmee hij niet direct als verzamelaar te identificeren is. Het portret van J.A. Brentano door Adriaan de Lelie uit circa 1798 is een voorbeeld van een direct te identificeren verzamelaarsportret. Hier is in één oogopslag duidelijk dat men te maken heeft met een verzamelaar. Alle muren zijn volgehangen met schilderijen en er wordt geconverseerd tussen de aanwezige bezoekers over verschillende objecten. Door alleen deze laatste groep verzamelaarsportretten te gebruiken is de portretlijst tot stand gekomen.

Een ander onderscheid binnen het type verzamelaarsportret is het aantal personen dat is weergegeven op het portret. De verzamelaar kan als individu afgebeeld zijn met zijn collectie of een deel daarvan, of in gezelschap van derden. Een voorbeeld hiervan zijn het portret van Jan Govertsz van der Aer door Hendrick Goltzius uit 1603 en de Kunstgalerij van Jan Gildemeester door Adriaan de Lelie uit 1794–1795. Wanneer de verzamelaar in gezelschap van derden is afgebeeld kan dit op twee manieren. Enerzijds kan ervoor gekozen zijn om de bezoekers over de ruimte te verspreiden en dat zij met elkaar converseren over de kunst, zoals bij de portretten van J.A. Brentano en Jan Gildemeester. Anderzijds kunnen deze ook rondom een tafel weergegeven zijn en daar met elkaar over de objecten spreken, bijvoorbeeld op het Portret van Cornelis Ploos van Amstel met enkele kunstliefhebbers door Jacob Maurer uit 1764.

Als laatste is er onderscheid te maken naar de wijze waarop de verzamelaar zijn collectie presenteert aan de beschouwer. Dit kan hij doen op een directe manier, door bijvoorbeeld op zijn collectie te wijzen of heel prominent een object vast te houden. Dit is bijvoorbeeld te zien op het portret van Anthonie Grill door Jan Maurits Quinkhard uit 1727. Ook kan de verzamelaar op indirecte wijze zijn collectie presenteren, zoals dat hij onderzoek doet of converseert met anderen over zijn collectie. Een voorbeeld hiervan is het portret van Abraham Francen door Rembrandt van Rijn gemaakt tussen 1655 en 1659. Anthonie Grill wijst prominent op een gedeelte van zijn collectie op de tafel voor zich. Francen doet onderzoek naar zijn collectie kijkend naar een los blad uit het album dat voor hem op tafel ligt.