Overslaan en naar de inhoud gaan

De portreticonografie van een verzamelaar

Portretten van
Nederlandse verzamelaars
tussen 1580 en 1800
Aert Schouman. Portret van de verzamelaars Jan en Pieter Bisschop en hun vriend Olivier Hope. 1753. Olieverf op paneel. 35,5 × 43,1 cm. Particuliere collectie
5

Sub-genre

Een opvallend gegeven, dat gaande het onderzoek naar voren kwam, is dat een aantal verzamelaarsportretten door dezelfde kunstenaar is gemaakt. Een gegeven waar naar mijn mening niet ongemerkt aan voorbij gegaan kan worden. Om die reden worden hier enkele voorbeelden als casus behandeld.

De praktijk van de kunstenaar

Een belangrijke algemene drijfveren om zich te laten portretteren waren trots op de familie, status en welvaart. Voor verzamelaars zullen het laten zien van status en welvaart vooral factoren geweest zijn om een portret te laten vervaardigen. Ze zullen immers trots geweest zijn op hun verzameling en dit door middel van het portret willen tonen, onder andere door hun collectie prominent in beeld te laten brengen. Voor sommigen zal ook hun rol als mecenas een belangrijke rol hebben gespeeld.

Het laten vervaardigen van een portret was voornamelijk weggelegd voor de maatschappelijke bovenlaag van de samenleving. Om dit te kunnen betalen moest men beschikken over een zekere welstand. De verzamelaars moeten dus behoord hebben tot de bovenlaag van de samenleving, aangezien zij van een dergelijke welstand waren dat zij ook een collectie konden aanleggen en zich daarmee konden laten vereeuwigen.

Het achttiende-eeuwse portret diende als spiegelbeeld dat recht gedaan moest worden. Het kon aanleiding geven tot vervolmaking aangezien zelfverbetering een belangrijk kenmerk is van de achttiende eeuw. De achttiende-eeuwse portretten geven een beeld van hoe de achttiende eeuwer zichzelf zag. De gebaren, houdingen, kleding en attributen maken in zijn geheel uit van een verfijnd repertoire aan mogelijkheden tot innerlijke en uiterlijke beschaving. Men streefde ernaar het decorum te cultiveren in zowel het leven als de kunsten. Dit collectieve streven naar harmonie en zelfverbetering had ook zijn weerslag in de vele genootschappen zoals Felix Meritis.

Aert Schouman en zijn verzamelaarsportretten voor zowel Cornelis van Lill en Pieter en Jan Bisschop

De kunstenaar Aert Schouman heeft zeker elf verzamelaarsportretten vervaardigd van verschillende verzamelaars . Zijn vroegst bekende verzamelaarsportret stamt uit 1735 en is een portret van de Dordtse verzamelaar Cornelis van Lill. Dit betreft een tekening die als voorstudie diende voor een schilderij uit hetzelfde jaar, waarop zowel de verzamelaar als de schilder is afgebeeld. Schouman portretteerde Van Lill nogmaals, ook dit is een tekening die gedateerd wordt tweede kwart achttiende eeuw. De houding van Van Lill is nagenoeg gelijk aan het andere portret, alleen is Van Lill hier als individu afgebeeld. In zijn linkerhand houdt Van Lill een streng garen – als garenhandelaar had hij furore gemaakt - in zijn rechterhand heeft hij een vergrootglas vast. Hiermee verwijst Schouman naar het verzamelaarschap van Van Lill. Het vergrootglas is een hulpmiddel bij de bestudering van kunstwerken, zo zal hij dat gebruiken om het schilderij dat links naast hem op tafel staat te bestuderen. Het is onduidelijk of deze tekening ook een voorstudie is voor het schilderij uit 1735 of als een losse studie beschouwd moet worden. Uit aantekeningen van Schouman zelf blijkt namelijk dat hij betaald is door Van Lill voor twee portretten, waarvan er nu nog maar één bekend is. Schouman maakte nog een ‘Kabinetstukje’ van Van Lill zo blijkt uit Johan van Gool’s De nieuwe schouburg der Nederlantsche kunstschilders en schilderessen uit 1751. Ook van dit schilderij is de verblijfplaats niet bekend.

Het vergrootglas is een hulpmiddel bij de bestudering van kunstwerken, zo zal hij dat gebruiken om het schilderij dat links naast hem op tafel staat te bestuderen.

Van de Rotterdamse broers Jan en Pieter Bisschop vervaardigde Schouman zowel een verzamelaarsportret in aquarel als een schilderij. De aquarel is verloren gegaan tijdens het bombardement op Rotterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het schilderij, waarop ook hun vriend Olivier Hope is afgebeeld, bevindt zich in een privéverzameling. Op dit schilderij is Hope op bezoek bij zijn vrienden de Bisschops. De beide broers laten hem een aantal objecten uit hun collectie zien, waarover zij in gesprek lijken te zijn. De beide broers zijn hier al aardig op leeftijd en misschien hebben ze daarom besloten zich te laten portretteren ter gelegenheid van deze gebeurtenis. De gebroeders Bisschop hadden een apart huis aan de Leuvenhaven waar zij hun verzameling opgesteld hadden. Het is mogelijk dat Schouman ze daar geportretteerd heeft.

In het geval van Schouman is er geen duidelijk aanwijsbare reden waarom hij meerdere portretten van deze verzamelaars heeft gemaakt. Misschien omdat hij meerdere verzamelaarsportretten vervaardigde, heeft hij hiermee naam gemaakt en werd hij daarom ook door andere verzamelaars gevraagd. Maar een duidelijke (vriendschappelijke) relatie tussen kunstenaar en de verzamelaars lijkt hier niet aanwezig te zijn geweest.

Cornelis Troost en de verzamelaarsportretten voor Floris Drabbe en Jeronimus Tonneman

Cornelis Troost maakte twee verzamelaarsportretten, van Floris Drabbe en Jeronimus Tonneman. Daarnaast was hij de schoonvader van Cornelis Ploos van Amstel. Of hij van hem ook een verzamelaarsportret heeft vervaardigd is niet bekend.

Door de pasteltechniek, waar Troost bedreven in was, heeft het portret een levendige indruk gekregen. Dit effect wordt versterkt doordat Troost gebruik maakte van een ‘een snelle zijwaartse blik’ zoals Niemeijer dat omschreef. De persoon kijkt ‘opgeschrikt’ opzij en dat is precies het moment dat de kunstenaar heeft vastgelegd. Achter Drabbe is een ander werk van Troost weergegeven. Het is een afbeelding van Reinier Adriaansz en Saartje Jansz uit het toneelstuk Jan Claasz of de gewaande dienstmaagd. De uitbeelding van een toneelscène komt op meerdere portretten voor die Troost vervaardigde, waaruit geconcludeerd kan worden dat er rond 1740 een vraag was naar deze kunstwerken. Drabbe kon dus één van deze werken in zijn bezit hebben, maar het kan ook Troost’s zijn beslissing zijn geweest het werk op te nemen.

Troost werkte volgens de biograaf Van Gool voornamelijk in opdracht. Zijn werk werd gewaardeerd in kunstkabinetten. Verzamelaars als Gerret Braamcamp en Jeronimus Tonneman hadden pasteltekeningen van Troost in hun collectie vanwege de hoge kwaliteit. Troost heeft Drabbe in representatieve pose weergegeven, zoals hij vaker deed bij portretten van representatief karakter. Deze pose heeft hij ook gebruikt bij het verzamelaarsportret van Tonneman.

Troost heeft Drabbe in representatieve pose weergegeven, zoals hij vaker deed bij portretten van representatief karakter.

In het geval van Cornelis Troost en de opdrachten voor de verzamelaarsportretten van Drabbe en Tonneman is de relatie tussen de kunstenaar en opdrachtgever duidelijker aanwezig dan bij Schouman, aangezien beide heren ander werk van Troost in hun collectie hadden. Zeker in het geval van Drabbe is dit in het verzamelaarsportret goed zichtbaar. Misschien heeft hij vanwege dit kunstwerk Troost gevraagd een verzamelaarsportret van hem te maken. Daarnaast was Troost de schoonvader van Cornelis Ploos van Amstel, die op zijn beurt een invloedrijke persoon was binnen het culturele leven van de tweede helft van de achttiende eeuw. Het is niet ondenkbaar dat Troost ook via deze relatie opdrachten van verzamelaars heeft gekregen. Aangezien het huis van Ploos van Amstel een ontmoetingsplaats was voor onder andere kunstenaars en liefhebbers kan Troost via deze weg met de verzamelaars in contact zijn gekomen.

Het is opvallend aan bovengenoemde verzamelaarsportretten dat ze allemaal achttiende-eeuws zijn. Aan de hand van de tijdlijn kan vastgesteld worden dat er rond het midden van de achttiende eeuw een duidelijke concentratie is van verzamelaarsportretten. Naast dat dit een periode van economische bloei is geweest, denk ik dat dit verklaard zou kunnen worden vanuit de idealen van die tijd zoals deze met name door Cornelis Ploos van Amstel werden uitgedragen.